maandag 8 oktober 2007

Uitgangspunten

Als onderwerp voor mijn scriptie en in het verlengde daarvan voor mijn afstudeerproject, heb ik gekozen voor (de werking van) het geheugen, herinneringen en de raakvlakken daarvan met fotografie. Een redelijk breed onderwerp, daar ben ik inmiddels wel achter.

Kort vóór de zomervakantie kwam in een studiebegeleidinggesprek met Bart het vierde jaar aan de orde en vertelde ik over mijn angsten voor dit jaar. Volgens Bart moest ik er maar eens over na denken waar ik me nu een heel jaar mee bezig zou willen houden, want dat was immers de essentie van het verhaal. Ik vertelde Bart dat ik al wel sterk ergens aan had zitten denken en dat ik er volgens Bert Sissingh bijna niet onderuit kon om dat verhaal te vertellen. Het ging in dit geval om een stukje verhaal van de tweede wereldoorlog, zo verschillend voor mijn eigen vader en schoonvader.
Mijn opa bleek een NSB’er te zijn geweest, een feit dat mijn vader ons lang niet heeft willen vertellen, omdat hij niet wilde dat zijn kinderen, net als hij zijn leven lang, met de nek zouden worden aangekeken. Mijn vader (1928)werd na de oorlog als 16 jarige naar kamp Vught gestuurd.
Mijn schoonvader (1918)zat in het verzet, maar is al snel opgepakt en heeft een paar jaar in het concentratiekamp Sachsenhausen gezeten. Voor het gezin van mijn schoonmoeder was de oorlog pas voorbij toen mijn schoonvader in 1980 overleed.

Bart leek dit onderwerp wat te beperkt, ik zou het in een breder perspectief moeten trekken. Op zich vond hij het wel interessant, maar waar was dan het raakvlak met fotografie. Daar was ik zelf eerlijk gezegd ook al blijven steken. Foto’s van mijn vader uit die tijd zijn er niet, van mijn schoonvader zijn wel documenten (en wat foto’s meen ik ) bewaard gebleven. Ook is er natuurlijk genoeg fotomateriaal te vinden uit de oorlogsjaren. Ik zag alleen niet zo gauw een link met de afstudeeropdracht.

Inmiddels heb ik een oplossing gevonden door bovenstaand onderwerp in een veel breder kader van geheugen en herinneringen te plaatsen, waar de oorlogstijd zeker ook aan bod komt. Hierdoor wordt het fotograferen vanzelf ook breder getrokken en kan ik naar mijn gevoel nog even alle kanten uit.

Ik besef dat “alle kanten uit” ook niet zo’n goed idee is, dus ik probeer mezelf enigszins een bepaalde richting op te duwen. Veel moeite kost dat niet, want ik kom in een soort stroomversnelling terecht richting dementie, in eerste instantie vanwege de verpleeghuissituatie - en de daaraan voorafgaande maanden - van de schoonvader van mijn zus, maar ook omdat de toestand van mijn eigen 85 jarige schoonmoeder bij de familie wat vraagtekens plaatst omtrent gewone ouderdomsvergeetachtigheid en dementie. Ik wil me hier echter nog niet helemaal op vast laten leggen. Ook ouderen zonder dementie zijn gebaat bij herinneringen en een heel andere kant van het verhaal vormen de nog relatief jonge mensen met Alzheimer.

Mijn eerste gedachten wat te fotograferen gaan richting herinneringen in de vorm van stillevens en/of kamers van ouderen. Namen van fotografen die me hierbij veel zeggen zijn Wijnanda Deroo, Marrigje de Maar, Bertien van Manen.

Voor mijn scriptie doe ik ondertussen veel (literatuur)onderzoek naar (de werking van) het geheugen. Onderdeel hiervan is ook de ouder wordende mens en de toenemende kans op dementie, met Alzheimer als de meest voorkomende vorm daarvan.
Om op weg te geraken met fotograferen, wil ik mijn vader (78) en schoonmoeder (85) portretteren. Bij hen zijn nog niet echt, of in ieder geval met de nodige vraagtekens, tekenen van dementie te bespeuren. Met mijn vader heb ik het er wel eens over gehad en hij moet er niet aan denken ooit in een verpleeghuis terecht te komen, maar ja, wie wil dat wel?

Ik ben natuurlijk ook heel benieuwd hoe het er in een verpleeghuis echt aan toe gaat en lees o.a. het interessante boek van Anne Mei Thé, In de wachtkamer van de dood, als voorbereiding op een bezoek en eventueel langer verblijf ergens later in het jaar. Ik zal hiervoor over niet al te lange tijd de nodige afspraken moeten gaan maken.
Vorig jaar heb ik me al eens verdiept in het indrukwekkende boek Ik heb Alzheimer, van Stella Braam. Indrukwekkend met name omdat van binnenuit beschreven wordt hoe het is om Alzheimer te hebben, door René van Neer, de vader van Stella. Zo is deze wereld me een heel klein beetje vertrouwder geworden.

Eigenlijk wil ik toch op korte termijn eens op bezoek bij de schoonvader van mijn zus, die ik tenslotte zelf ook redelijk goed ken. Hij zit nu al weer een tijdje in een verpleeghuis in Ossendrecht, een half uurtje rijden van het huis van mijn zus en zwager. Het blijkt een vrij kleinschalig verpleeghuis. Omdat er meerdere familieleden op bezoek komen en het voor ’t eerst is dat ik daar kom, aarzel ik mijn camera tevoorschijn te halen. Het lijkt me gewoon niet erg kies om meteen aan het fotograferen te slaan, terwijl ik niet eerder bij opa Ben, zoals we naar de kleinkinderen toe altijd gewend zijn hem te noemen, op bezoek geweest ben. In plaats daarvan observeer ik, zie ik hoe zijn kamer eruit ziet en nemen we hem mee naar de zogenaamde huiskamer, waar hij op zijn manier - vastgebonden in een rolstoel en gedeeltelijk in zijn eigen wereld - deelneemt aan het gesprek.

Ik twijfel of ik wel foto’s moet gaan maken hier in dit verpleeghuis. Misschien is een plek waar geen bekenden komen wel beter in dit geval. Als ik wat vertrouwder was met opa Ben, zou ik het denk ik juist weer wel sneller doen. Wat is wijs in dit geval? In een fotoboek van Hapé Smeele Met de moed van een ontdekkingsreiziger, lees ik dat hij 5 jaar lang demente ouderen heeft gevolgd, zowel in Nederland als in Ladakh, een streek in Noord-Indie. Ook Rince de Jong heeft langdurig demente ouderen gefotografeerd. Wie ben ik om te denken dat ik dat wel in een half jaar kan? Maar dat is waar ook, ik ging toch niet de mensen zelf portretteren, maar hun omgeving! De prachtige zwart/wit foto’s van genoemde fotografen hebben me even in verwarring (verleiding?) gebracht.

Op de website van Alzheimer Nederland zie ik dat er binnenkort (28 september) een Open Dag is op de Geheugenpoli van het Jeroen Bosch Ziekenhuis (locatie Carolus) in ’s Hertogenbosch. Ik besluit om erheen te gaan en kom in gesprek met een geriatrisch verpleegkundige en daarna nog met een psycholoog. Op de Geheugenpoli van het Carolus komen zo’n tien mensen per week, over het algemeen met een verwijzing van de huisarts. Hun leeftijd ligt tussen de 35 en 100 jaar. Om vast te stellen of er sprake is van dementie is er een twee uur durend onderzoek, met o.a. gesprekken met de patiënt zelf en met de centrale verzorger. Dan volgt een eerste conclusie en adviezen voor verdere behandeling. Als het team er niet uitkomt, volgt een verwijzing voor nader onderzoek met o.a. een MRI scan. Er werden een aantal geheugentesten besproken, waaronder de CST ofwel Cognitieve Screeningstest, die samen met de andere bevindingen van zo’n dag al tot een eerste betrouwbare uitspraak leiden.

Ondertussen heb ik ook de foto’s van Corinne Noordenbos weer teruggezien. In 1993 maakte zij een serie kleurige portretten, extreme close-ups eigenlijk, van Alzheimerpatiënten. Hierbij is niets te zien van de omgeving, de interieurs waarin ze zich bevinden, hun kleding of de sieraden die zij dragen. Wat blijft zijn ogen, neus en mond. Deze portretten geven de essentie van Alzheimer weer, of zoals Douwe Draaisma het stelt: Op de toeschouwer hebben de portretten een ontregelend effect. Door de kaalheid van de voorstelling is het alsof van buitenaf fotografisch is gewist wat van binnenuit door de ziekte is gewist. Alles wat distinctie aanbrengt tussen mensen, wat ze hun onverwisselbaarheid geeft, is weg. Zelfs een tijdens het leven zo essentieel verschil een vrouw of een man te zijn lijkt in deze gezichten uitgeveegd. Met het geheugenverlies verdwijnen ervaringen en eigenschappen die iemand juist tot deze ene persoon gemaakt hebben.
Die persoon is dus weg. Tegelijkertijd is hij er nog. Kijk maar, daar zit hij, in zijn stoel. Alzheimer veroorzaakt een afwezig soort presentie.


Op vrije dagen in de komende maanden wil ik o.a. een bezoek brengen aan het Herinneringsmuseum van Humanitas in Rotterdam en het Rosa Spierhuis in Laren, een verzorgingshuis voor kunstenaars.
Verder ben ik van plan om een keer naar een Alzheimercafé te gaan in mijn woonplaats.

Ik kan in dit geval niet zomaar raak fotograferen, deze ouderen vormen een kwetsbare doelgroep. Ook al zou ik inderdaad alleen maar hun kamers op de foto willen zetten, je komt hier toch in de privacy sfeer terecht. Daarom is het zaak dat ik me eerst eens goed ga oriënteren op de mogelijkheden en onmogelijkheden van fotograferen in verpleeg-verzorgingshuizen.

Geen opmerkingen: